Ruiterbewijsweekend:
Tijdens het FNRS Ruiterbewijsweekend kunnen in één weekend het CBR-1 certificaat, het CBR-2 certificaat en het FNRS Ruiterbewijs worden gehaald. Voor ruiters die veel buiten het manegeterrein rijden zijn deze certificaten onmisbaar, aangezien ze aangeven dat de ruiter heeft geleerd veilig en verantwoord buiten te rijden.
Als deelnemer van deze cursus dien je in het bezit te zijn van een FNRS Ruiterpaspoort! Heb je deze nog niet dan kan het paspoort worden aangevraagd bij de FNRS. Wanneer je je als deelnemer voor het Ruiterbewijs aanmeldt en de aanbetaling hebt voldaan, ontvang je van ons het FNRS handboek “leer buitenrijden met plezier”. Dit handboek vormt de basis voor de cursus en hierin staat alle theorie. Kijk voor meer informatie over het Ruiterbewijs op de site van de FNRS.
De kosten voor een FNRS Ruiterbewijsweekend zijn € 305,00 per persoon, voor Poelenburgh-leden € 285,00 (dit is incl. 2 overnachtingen, 2x ontbijt, 2x lunch, 1x diner, oefenlessen, examenkosten, certificaten en het FNRS handboek "leer buitenrijden met plezier")
Het FNRS handboek "Leer buitenrijden met plezier" is ook los aan de bar verkrijgbaar voor € 14,95.
Het is mogelijk om tijdens het Ruiterbewijsweekend je eigen paard mee te nemen. Wanneer je dit vermeldt op het inschrijfformulier, zorgen wij dat er een box vrij is wanneer je aankomt.

Wat moet je doen voor CBR 1?
Tijdens het examen wordt je beoordeeld op onder anderen in balans zitten, op- en afzadelen, paard onder controle hebben, springen van een kruisje, obstakeloefening en theorie.
Het theoriedeel van CBR 1 bestaat uit 25 meerkeuzevragen, waarvan ten minste 20 vragen goed beantwoord moeten zijn. Als de ruiter het theorie-examen heeft afgelegd mag ook het praktijkexamen gedaan worden.
Wat moet je doen voor CBR 2?
Tijdens het examen wordt je onder andere beoordeeld op theorie, rijden met 1 hand, elkaar passeren, springen van een steilsprong en de verlichte zit. Het theoriedeel van CBR2 bestaat ook uit 25 meerkeuzevragen, waarvan ten minste 20 vragen goed beantwoord moeten zijn.
Wat moet je doen voor het FNRS Ruiterbewijs?
Het theorie-examen van het FNRS Ruiterbewijs bestaat uit 25 meerkeuzevragen, waarvan er minstens 20 goed beantwoord moeten worden.
Het praktijkexamen bestaat uit het rijden op buitenterrein en het maken van een buitenrit. De regels voor het rijden op de openbare weg in praktijk moet de ruiter kennen en gebruiken. Op het buitenterrein wordt onder anderen een obstakeloefening gereden, maar ook wordt er een oxer gesprongen en wisselen de ruiters van paard. De bevestigde zit en balans van de ruiters worden tevens beoordeeld tijdens het examen van het FNRS Ruiterbewijs.




